Het lijden van Christus

1,40

5 op voorraad

De smetteloze Zoon van God hing aan het kruis; Zijn vlees opengereten door geseling; Zijn handen, die zo dikwijls zegenend waren uitgebreid, aan het kruis genageld; Zijn voeten, die zo oververmoeid waren geweest in hun liefdedienst, genageld aan het hout, Zijn Koninklijk hoofd gekroond met een doornenkroon en Zijn bevende lippen gevormd tot een jammerkreet. Alles wat Hij verdragen heeft – de bloeddruppels die langs Zijn gelaat, Zijn handen en voeten liepen; het lijden dat Zijn lichaam deed schokken; de onuitsprekelijke zielsangst die Hem vervulde toen Zijn Vader het aangezicht van Hem afwendde – spreekt tot ieder mensenkind en zegt: ‘Voor u heeft Gods Zoon deze zondenlast gedragen, voor u vernietigde Hij de macht van de dood, en opende de poort van het paradijs. Hij, die de woeste golven stilde en op de golven wandelde, die duivelen deed beven en ziekte op de vlucht dreef, die blinden de ogen openden en doden levend maakte, bood Zich op het kruis aan als een offer, uit liefde voor u. Hij, de Zondendrager, verdroeg de toorn van Gods gerechtigheid en werd ter wille van u, zonde in eigen persoon.